Ouderparticipatie op basisschool de Fakkel

Geplaatst op: woensdag 23 september 2015
Betrokken ouders, daar zijn de meeste scholen erg blij mee. Ouders die meehelpen schoonmaken of luizenpluizen. Maar ouders die een structurele onderwijsrol vervullen, roepen gemengde gevoelens op.
Floris_in_actie_-_2_news_detail

 

Veel scholen vinden principieel dat onderwijs een taak van de school is. Andere scholen zijn pragmatischer: als de vaste leerkrachten niet alle differentiatie kunnen bieden die nodig is om ook hoogbegaafde kinderen op hun eigen niveau uit te kunnen dagen, waarom zou je dan geen ouders inzetten voor plusklassen of verrijkingsgroepen?  Op basisschool de Fakkel in Utrecht gaan alle kinderen die meer uitdaging nodig hebben, wekelijks aan de slag met verrijkingsopdrachten: een keer zelfstandig in de klas en een keer in een apart groepje onder begeleiding van een ouder.
‘Is Floris er nog niet? Hij komt toch wel vandaag?’ Ruim voor de schooldag begint, staan Boaz, Tygo, Zoë, Evi en Rafel uit groep 4 al te trappelen om aan de slag te gaan. Even later wordt Floris de Jongh enthousiast begroet. Floris – vader van Zoë – begeleidt dit groepje kinderen elke vrijdagochtend bij het werken aan verrijkingsopdrachten uit de digitale leeromgeving Acadin. De afgelopen tijd hebben ze gewerkt aan het thema ‘oerwoud’. Volgende week sluiten ze dit thema af met een presentatie aan hun klasgenoten.

‘We gaan vandaag samen een PowerPoint-presentatie maken’, laat Floris zien. ‘Iedereen kiest een dier om iets over te vertellen en maakt dan één dia met steekwoorden en een plaatje. Dat wordt een hulpmiddel voor jullie om goed te kunnen vertellen; en voor de klas helpt het om jullie verhaal goed te kunnen begrijpen.’

Sommige kinderen gaan meteen planmatig aan de slag, anderen wikken en wegen een tijdlang welk dier het allerleukst is om over te vertellen. En een kind blijft maar switchen: ‘Ik doe het over de tijger, nee de leeuw, of toch de gorilla, de toekan, liever de cobra, of nee de mammoet, de dinosaurus, de baviaan…’ Pas als Floris rustig bij hem komt staan en suggereert dat hij over de luiaard zal vertellen, komt hij tot rust en gaat geconcentreerd aan de slag.


Rekenen als speerpunt
Sinds september 2014 loopt deze pilot op de Fakkel, waarbij uit elke groep (vanaf groep 4) een paar kinderen iedere week aan Acadin-verrijkingsopdrachten werken, onder begeleiding van een van de ouders van die kinderen. Hoogbegaafdencoördinator Yvonne Annokkee vertelt: ‘Wij richten ons sinds twee jaar schoolbreed op verrijking bij rekenen. Onze rekenmethode ‘Wereld in getallen’ voorziet in drie differentiatie-niveaus, dat bleek niet voldoende. Voor de kinderen die nog meer aankunnen, hebben we een aparte verrijkingsaanpak ingesteld met de methode ‘Rekentijgers’ en verschillende rekenspelletjes. Die vier verschillende aanpakken zijn goed te behappen voor leerkrachten, met begeleiding van mij.’

Inzet van ouders
‘Eigenlijk zou je ook op andere gebieden verder willen met extra uitdaging voor de slimmere kinderen; die hebben daar echt behoefte aan. Dat hebben we geprobeerd, maar het bleek in de gewone klassituatie niet haalbaar om dat te begeleiden. Tegelijkertijd hebben we veel enthousiaste en betrokken ouders. Dus heb ik ouders van kinderen die voor een verrijkingsgroepje in aanmerking kwamen, gevraagd of ze begeleider wilden worden. In een mum van tijd had ik voor elke groep een ouder – of een duo – gevonden. En toen zijn we gewoon begonnen. We selecteren momenteel kinderen die op alle gebieden bovengemiddeld goed zijn en ruimte over hebben, of die extra gemotiveerd moeten worden. In groep 4 doen vijf kinderen mee, in groep 5 ook, in groep 6 twee kinderen, in groep 7 vier en in groep 8 zijn er acht’, vertelt Yvonne. ‘Elke week werken ze een periode van drie kwartier in de klas zelfstandig aan een Acadin-opdracht die de leerkracht, de begeleider of ik voor hen klaarzet. En elke week gaan ze drie kwartier als groepje aan de slag onder begeleiding van een ouder.’

Opdrachten kiezen
Floris kiest zelf, in overleg met de leerkracht, de opdrachten uit. ‘Zo hebben we een praktische opdracht gedaan over wassen: De kinderen maakten allerlei verschillende vlekken in twee lakens. Het ene laken ging in de wasmachine, het andere wasten we met de hand. Toen ze weer droog waren, bekeken we de verschillen, dat was leuk en interessant. We hebben ook het menselijk lichaam bestudeerd en er op het eind over verteld in de klas. Om de beurt gingen de kinderen op een stoel staan om te vertellen, in een T-shirt met op de juiste plek een tekening van ‘hun’ orgaan. En nu dus dieren in het oerwoud. Ik probeer de onderwerpen van de opdrachten een beetje af te wisselen.’

Ervaringen uitwisselen
De Acadin-ouders hebben nauw contact met de leerkracht van de groep en met Yvonne als hoogbegaafdencoördinator. Yvonne loopt met alle groepjes af en toe mee. Halverwege organiseerde zij een bijeenkomst voor begeleidende ouders. Floris: ‘Het was fijn om ervaringen uit te wisselen en interessant om van elkaar te horen hoe iedereen het aanpakt. Ervaringen in wat werkt en wat niet, en over hoe je kinderen met heel verschillende leerstrategieën kunt stimuleren. Kijk maar naar de PowerPoint-opdracht van vanochtend: Het ene kind is zo onzeker, die moest ik enorm bevestigen dat ze echt zelf wel kan kiezen, het andere kind kon zich pas focussen toen ik zijn keuzemogelijkheid inperkte. Het is goed om daar af en toe met andere begeleidende ouders over te praten.’ Yvonne: ‘Ik doe tot nu toe niet aan expliciete kennisoverdracht op informatieavonden of zo, maar we praten veel over hoe het gaat en ik doe soms suggesties. Ik merk dat deze ouders zelf al behoorlijk veel verstand hebben van hoogbegaafdheid door de ervaringen met hun eigen kind; en de meesten hebben er zelf veel over gelezen.’

Afspraken en begeleiding
De afspraak is dat er regelmatig (informeel) contact is over de gang van zaken tussen de Acadin-ouder en de betreffende leerkracht. Yvonne als hoogbegaafdencoördinator overlegt met alle betrokkenen. En er is een afspraak over vervelend gedrag, waar een kind niet goed op aan te spreken is: dat is de verantwoordelijkheid van de eigen leerkracht of van Yvonne.

Gered!
De betrokken kinderen worden erg blij en enthousiast van deze verrijkingsgroepen. Floris: ‘Soms sta ik op maandag op het schoolplein, dan roept een van ‘mijn’ kinderen me al van verre toe: “Is er vrijdag weer Acadin-groepje, papa van Zoë?’ Yvonne vult lachend aan: ‘Een keer was Floris verhinderd. Een van de kinderen stormde toen ’s ochtends binnen: “We zijn gered! Mijn moeder kan het vandaag overnemen.” Zo belangrijk vinden ze het dus.’

….

 

Conclusies uit een pilotjaar met ouderparticipatie

Aan het einde van dit pilotjaar evalueerden de teamleden van de Fakkel en de ouders of het inzetten van Acadin als verrijkingsstof aan de verwachtingen voldoet; en of het gewenst is ouders op deze manier in te blijven zetten. Conclusie: Acadin is een prachtig verrijkingsmiddel, een mooie aanvulling op de reguliere lesstof en de verrijking in de klas. Goede begeleiding bij de inzet van Acadin wordt noodzakelijk geacht. Hoewel het hele team de betreffende ouders dankbaar is voor hun inzet van het afgelopen jaar, is het van mening dat het aanbieden van verrijkingsstof en de begeleiding daarvan een primaire taak en verantwoordelijkheid van de school is. Bovendien vraagt begeleiding van een verrijkingsgroepje meer kennis en vaardigheden dan veel ouders ter beschikking hebben. Er is dan ook besloten dat de school deze begeleiding van verrijkingsgroepjes voortaan zelf gaat verzorgen. Yvonne als hoogbegaafdheidscoördinator gaat dit opzetten. Zij zorgt voor het stellen van de juiste doelen, het klaarzetten van passende opdrachten, het beoordelen van de gemaakte opdrachten, het houden van doelgerichte gesprekken met de leerkracht én met de leerlingen, en de communicatie naar ouders. Enthousiaste ouders die graag willen blijven ondersteunen, werken voortaan onder directe supervisie van Yvonne.

 

Doel

Yvonne formuleert het doel van deze aanpak met verrijkingsgroepjes als volgt: ‘Hoogbegaafde kinderen blijven stimuleren en motiveren tot leren. We mikken erop dat hierdoor ieder kind aan z’n grens komt en de ‘zone van naaste ontwikkeling’ bereikt. Als kinderen kunnen werken aan iets dat net een beetje buiten hun comfortzone ligt, groeien ze echt, Dan leren ze zichzelf kennen, leren ze omgaan met teleurstellingen, leren ze fouten maken en opnieuw beginnen, leren ze doorzetten. Dat is echt waardevol, zo zou het in het onderwijs steeds moeten zijn; maar zeker voor deze groep hoogbegaafde kinderen is dat helaas niet altijd het geval. Vandaar de verrijkingsgroepjes.’

 

Wet- en regelgeving

Piet Helmholt, Inspecteur van het Onderwijs - bijzondere opdrachten, zet op een rijtje wat de regels zijn met betrekking tot het inschakelen van ouders in het onderwijs aan hoogbegaafde kinderen:

‘Passend onderwijs is in Nederland een recht voor alle leerlingen; niet alleen voor degenen met een beperking of leerprobleem, ook voor hoogbegaafde leerlingen. Scholen dienen er in hun budget rekening mee te houden dat bepaalde leerlingen extra aanbod, zorg en begeleiding (en daarmee ook meer geld) nodig hebben dan de gemiddelde leerling.

Het grootste deel van het extra aanbod voor (hoog)begaafde leerlingen kan in de klas gerealiseerd worden en past binnen de basisondersteuning die elke school moet realiseren.

Daarnaast kan de school extra zorg en begeleiding van leerlingen inhuren, of scholing en coaching van onderwijsgevenden. Dit dient dan wel onderdeel te zijn van het door de school gewenste beleid en het valt formeel onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de school.

Het is een misvatting dat ’ingehuurde’ externe deskundigen per se een onderwijsbevoegdheid moeten hebben. Het komt wel vaker voor dat extra hulp wordt verzorgd door niet-bevoegde onderwijskrachten – denk bijvoorbeeld aan leesouders. De onderwijsactiviteiten moeten formeel wel aangeboden worden onder verantwoordelijkheid van een bevoegd docent.

Leerlingen mogen onderwijsactiviteiten volgen op een andere locatie dan het klaslokaal. Dat kan een andere ruimte in de school zijn, of een locatie buiten de school. Tijdens de reguliere lestijd is de school verantwoordelijk.

Kortom: Het schoolbestuur is en blijft verantwoordelijk voor de keuzes die gemaakt worden met betrekking tot aanbod en organisatie. Deze keuzes moeten vervolgens ook een plaats krijgen in het schoolplan, de schoolgids en het zorgplan.’

 

 

Oudercursus

Scholen die wel ouders zouden willen inzetten voor de begeleiding van hoogbegaafde kinderen in bijvoorbeeld plus- of verrijkingsgroepen, aarzelen soms omdat ze zo geen controle hebben op de kwaliteit van het onderwijs. ‘Er is – terecht – veel behoefte aan deskundigheidsbevordering vóór ouders aan de slag gaan’, vertelt Janneke Breedijk (ECHA-specialist hoogbegaafdheid). ‘Daarom ontwierpen mijn collega Jacqueline van Voorst en ik een oudercursus. We stelden een theoriemap samen, die ouders ter voorbereiding van de bijeenkomsten kunnen doornemen. Deze theorie en praktijkvoorvallen worden dan in bijeenkomsten van ‘leerteams’ van ouders besproken.

We gaan deze cursus niet rechtstreeks aan ouders aanbieden. De school draagt de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs. De school zal dus ook zelf het voortouw moeten nemen in de organisatie van de ouderparticipatie en in de selectie en begeleiding van de betreffende ouders. Cursisten voor deze cursus zullen aangemeld worden via de school.‘

De inhoud van de cursus is klaar, maar er is nog geen ervaring mee opgedaan. Wellicht komen we hier in een volgend nummer van Talent nog op terug.

 

 

« Terug naar het nieuwsoverzicht