Instructie helpt

Geplaatst op: woensdag 22 maart 2017
Van hoogbegaafde kinderen wordt vaak gedacht dat zij vanzelfsprekend op de top van hun kunnen presteren. Psycholoog Bart Vogelaar ontdekte dat ook deze groep met training en uitleg op een test vooruitgang boekt.

 

Bijzonder genoeg gaan ze daarin precies gelijk op met hun leeftijdsgenootjes. Vogelaar promoveerde daar onlangs op in Leiden.

Wanneer kinderen getest worden tijdens een toets op school of wanneer hun leervermogen wordt getest, laten zij niet altijd alles zien wat ze kunnen. Testangst en/of een lagere metacognitie – kennis die het leren vergemakkelijkt – kunnen ertoe leiden dat het kind onderpresteert. Om dit probleem te ondervangen, worden dynamische testen ingezet. Hierin worden de kinderen tijdens de test getraind en wordt hun vooruitgang gemeten, zodat een beter beeld van het leervermogen ontstaat. ‘De gedachte is vaak dat hoogbegaafde kinderen bij dergelijke tests al hun volledige potentieel laten zien en dat zij dus geen training of uitleg nodig hebben,’ legt ontwikkelingspsycholoog Bart Vogelaar uit. ‘Ik vroeg mij af of die aanname wel klopt.’

 

Voor zijn promotieonderzoek werden 522 vijf- tot tienjarige kinderen – 173 hoogbegaafden en 349 gemiddeld begaafden – dynamisch getest met een zogeheten leerpotentieeltest. De kinderen losten analogische redeneertaken op.

 

Uit de uitkomsten van de test bleek dat alle groepen kinderen vooruitgang lieten zien tussen de start- en nameting, met grote individuele verschillen. ‘Dus ook hoogbegaafde kinderen zijn gebaat bij uitleg en training, en laten bij testen niet altijd hun volledige leerpotentieel zien.’ Daaruit concludeert Vogelaar dat dynamisch testen een beter inzicht biedt in het redeneervermogen en leerproces van (hoogbegaafde) kinderen dan een conventionele test, zoals een IQ-test.
 
Wat Vogelaar helemaal verbaasde, was dat de twee groepen kinderen helemaal niet zoveel verschilden. Uit de test bleek dat hoogbegaafde kinderen dezelfde instructiebehoefte hebben als gemiddeld begaafde kinderen en net zoveel vooruitgang lieten zien tussen de voor- en de nameting.  ‘De hoogbegaafden begonnen op een hoger niveau van redeneren, maar maakten een even grote stap vooruit als de gemiddeld begaafden.’ Deze uitkomsten suggeren dat zij net zoveel leren van training en instructie als gemiddeld begaafde kinderen.

 

Van hoogbegaafde kinderen wordt in het onderwijs vaak aangenomen dat zij er op eigen kracht kunnen komen en dat zij geen extra ondersteuning nodig hebben. Daardoor lijkt het er soms op dat ze vergeten worden. Vogelaars onderzoek toont aan dat ook hoogbegaafde kinderen baat hebben bij (extra) ondersteuning in het onderwijs. ‘Het feit dat kinderen slim zijn, wil niet zeggen dat zij altijd op de top van hun kunnen presteren’, aldus Vogelaar. Lees: Vogelaar B. (18 January 2017), Dynamic testing and excellence: unfolding potential (PhD thesis. Psychology, Social and Behavioural Sciences, Leiden).

 

« Terug naar het nieuwsoverzicht

Reageer