Maureen Neihart over Impact op Onderwijs: ‘Kleine interacties hebben groot effect’

Geplaatst op: woensdag 06 juni 2018
Maureen Neihart, oud-lerares, klinisch psycholoog en begaafdheidsexpert kijkt naar de wereld om te zien wat ze kan bijdragen.
Dsc_1225_news_detail

Met haar intelligentie, empathisch vermogen, creatieve blik en - niet te vergeten – meer dan 30-jarige ervaring in het werkveld,  blijkt dat heel wat te zijn. ‘Ik dacht: Oh dear, ik heb wat hulp nodig.’

 

 

Maureen Neihart en ‘The World of the Gifted’

Maureen Neihart werkt ruim 30 jaar met begaafde kinderen en hun ouders. Zij is klinisch psycholoog en werkte onder meer als lerares, mentor en coördinator van begaafdheidsprogramma’s. In Nederland is Neihart onder meer bekend door de profielen van begaafde leerlingen die zij samen ontwikkelde met George Betts (1988, 2010). Op het congres ‘The World of the Gifted’, en de daarop volgende studiedagen, die Novilo van 17 – 20 april organiseerde in samenwerking met het IHBV, SENG en Feniks Talent, was Neihart keynote speaker naast andere buitenlandse begaafdheidsexperts als Susan Daniels en Nielsen Pereira. Neihart sprak onder meer over de sociale en emotionele ontwikkeling van begaafde kinderen, depressie en peak performance voor slimme kinderen.

 

Ze heeft veel energie, zegt ze. Het is één van haar blessings, dingen waarmee ze gezegend is. Het valt op als je met Maureen Neihart praat: ze praat snel en veel, formuleert positief en benoemt geregeld waarvoor ze dankbaar is. En plannen, de oud-lerares, klinisch psycholoog en begaafdheidsexpert zit vol plannen. Ze is een vrouw met visie, vertelt ze, en dat merk je aan alles.

Meer dan 30 jaar werkt ze al met begaafde kinderen. Hoeveel ze heeft zien veranderen in die tijd? Niet genoeg, vindt ze. Ze geniet nog altijd van het werken met leraren en scholen, maar een van de dingen die haar raakt naarmate zij meer jaren ervaring heeft, is hoe het komt dat het onderwijs nog altijd kampt met dezelfde issues als 100 jaar geleden. Optimistisch is Neihart wel: ‘Het leren verandert al. Maar het gaat niet het onderwijs zijn dat een impact zal hebben op leren. Het zijn de mensen buiten het onderwijs. Niet de professionals zullen de onderwijsomgeving veranderen, maar de technische mensen en the everyday people.’

Ze gelooft in de bijdrage van technologie om het hedendaagse onderwijs te veranderen. Ze ziet kleine initiatieven waar ze heel enthousiast over is. Ze vertelt over tieners in Singapore die een project deden. Hoe Singapore, waar Neihart de afgelopen 10 jaar woonde, is omgeven door armoede en mensen zonder middelen. De tieners zetten een virtuele basisschool op en runnen deze inmiddels een paar jaar. ‘Alleen omdat ze zeiden: We doen het. En ze deden het. Met het optimisme van de jeugd en de huidige technologie kregen ze het voor elkaar.’

Ze geeft nog meer voorbeelden: Kahn Academy, een virtuele school die wereldwijd onder meer wiskundeonderwijs aanbiedt, en het Japanse Kumon, met een onderwijsmethode ontwikkeld door een begaafde vader die zijn zoon liefde voor leren bij wilde brengen. ‘Gisteren zei ik nog tegen Femke [Hovinga, organisator van het congres ‘The World of the Gifted’ (zie kader); red.]: Workshops en trainingen hebben hun nut in het veranderen van attitudes en het geven van informatie, maar het echt aanleren van vaardigheden doe je door day-to-day-coaching.’ Ze heeft er – natuurlijk – over nagedacht: Apps op telefoons zouden daarbij kunnen helpen, denkt ze, ofwel: ‘Mobile learning’. De app Map for Speech, die Neihart samen met een klein team bedacht en ontwikkelde, is nog in onderzoeksfase. De app, helpt ouders en leraren om jonge kinderen met autisme te leren spreken en toonde zich al succesvol op kleine schaal. ‘Stel je voor, je bent een ouder van een vierjarige die niet praat en een hoop gedragsproblemen heeft. Je wacht op interventie of je hebt er geen toegang toe in jouw land of regio. Je weet niet hoe de toekomst van je kind er uit zal zien. Dan krijg je deze app op je telefoon en je bent in staat om je kind te leren met je te praten. Dat is behoorlijk betekenisvol voor sommige ouders.’

 

Profielen

Er zijn veel manieren waarop je iets kunt doen dat betekenisvol is in het leven, vindt Neihart. Het lijkt een basis voor de keuzes die zij maakt in haar leven. Ze draagt haar steentje meer dan bij in begeleiding, wetenschappelijk onderzoek en meer populaire publicaties op het gebied van begaafdheid, zoals ‘De Sociale en Emotionele Ontwikkeling van Begaafde Kinderen’ en ‘Topprestatie - voor Slimme Kinderen. Het verrast haar in hoeverre de profielen die zij samen met George Betts ontwikkelde in jaren ’80 (zie kader), zijn ontvangen. Ze hebben behoorlijk wat invloed gehad, concludeert Neihart. ‘Toen we de profielen ontwikkelden, hebben we dat gedaan omdat men er in Amerika in die tijd van uitging dat de begaafde kinderen hetzelfde waren of tenminste op elkaar leken. We wilden mensen helpen om de gevoelens en karakteristieken en gedragingen van verschillende begaafde kinderen te kunnen differentiëren.’ De profielen vormen een bruikbare tool voor docenten, maar ook voor counseling van families, om verschillen en overeenkomsten te begrijpen binnen een gezin, denkt ze. ‘Het is fijn om iets te doen dat nuttig is voor anderen’, voegt ze toe.

Ze zou graag meer schrijven, zegt ze. ‘Het is een andere manier om invloed te hebben.’ Ze is in het bijzonder geïnteresseerd in het helpen van volwassenen om het perspectief van een kind te zien op hun eigen ervaring. Ze heeft een paar verhalen geschreven, zegt ze: ‘Maar ik heb maar 1 verhaal gepubliceerd’. 

Impact

Het was een leerling die haar in aanraking bracht met onderwijs voor begaafden. In haar eerste jaar als lerares, op de tweede dag dat ze les gaf, was daar Frank, vertelt ze. Neihart gaf Science en Wiskunde aan 12-jarigen. Frank zat bij haar in de klas. ‘Ik had een oefening uitgekozen voor de leerlingen waarvan ik wist dat het te hoog gegrepen zou zijn. Ik wilde weten hoe zij het probleem zouden benaderen, waartoe ze in staat waren door middel van samenwerking in een kleine groep en hoe ze omgingen met de frustratie als het niet lukte om de opgave op te lossen. Het was een assessment: Hoe is deze groep, en wat zijn hun vaardigheden en behoeften? Dus ik deel het probleem uit en vijf minuten later steekt Frank zijn hand op. Ik neem aan dat hij een vraag heeft over wat hij moet doen.’ Neihart loopt naar de leerling toe. ‘Hij zegt: Is dit het juiste antwoord? Op dat moment realiseerde ik me dat Frank het Science curriculum dat wij voor hem hebben voorbereid dat jaar niet nodig heeft.’ Op dat moment denkt ze terug aan haar universitaire opleiding: ‘Ik dacht aan wat ik had geleerd om te doen met kinderen die niet kunnen horen, met kinderen die dyslectisch zijn, met kinderen die emotionele problemen hebben. Hele slimme kinderen, wat had ik daarover geleerd?’ Helemaal niets, realiseert Neihart zich. ‘En ik dacht: Oh dear, ik heb wat hulp nodig.’ Ze contact de begaafdheidscoördinator en begint te leren hoe ze met begaafde leerlingen omgaat. Nog datzelfde jaar bezoekt ze haar eerste begaafdheidsconferentie en dat was dat: ‘Frank was the kid who got me into it.’

Ze ziet een positieve ontwikkeling in Europa op het gebied van talentontwikkeling. Er wordt meer geïnvesteerd in talent. ‘Ik herinner me nog 5 jaar geleden toen Nederland bericht kreeg dat er 30 miljoen euro door de regering werd vrijgemaakt. En nu structureel 15 miljoen… Er is een groeiend bewustzijn waarbij onderkend wordt dat het belangrijk is om het talent van mensen maximaal te ontwikkelen en benutten. Je wilt het meeste halen uit wat je hebt. Iedereen wil tenslotte graag zijn kwaliteit van leven behouden of verbeteren.’ (Zie ook kader).

Ze heeft een aanmoediging voor leraren, zegt ze. ‘Ze zijn in de positie om een grote impact te hebben.’ Ze vindt het belangrijk dat leraren zich dat realiseren: ‘Kleine interacties kunnen groot effect hebben.’ Neihart voegt toe: ‘Een sleutelprincipe in het werken met begaafde kinderen is dat je een niveau van uitdaging verschaft waarnaar ze moeten reiken. Vraag jezelf af: Als een kind in staat is om hoge cijfers te halen zonder inspanning te leveren, wat heeft die leerling allemaal niet geleerd tegen de tijd dat hij of zij 8 à 9 jaar is, en dat andere kinderen in de tussentijd wel hebben geleerd. Als je het heel goed kunt doen in school zonder je in te spannen, wat leer je dan niet over leren? 

Als je er goed over nadenkt, is het bijna angstaanjagend, wat je allemaal niet leert dan.’ Ze somt op: omgaan met frustratie en falen, de eerste keer een tegenslag verduren of om hulp moeten vragen, doorzetten en volhouden om iets te leren. ‘Dat leer je niet zomaar’, knipt Neihart met haar vingers.

‘En het andere dat ik zou willen zeggen tegen alle leraren is: Keep up your tech skills. Because mobile learning is coming. Get ready.

 

Regeerakkoord middelen (hoog)begaafdheid

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Arie Slob, dient op 14 maart 2018 een kamerbrief in met betrekking tot de Uitvoering Regeerakkoord middelen (hoog)begaafdheid. In het Regeerakkoord is structureel 15 miljoen euro uitgetrokken om tegemoet te kunnen komen aan ‘de specifieke onderwijsbehoeften van (hoog)begaafde kinderen’. Het bedrag van 15 miljoen euro komt bovenop de middelen voor onderwijsondersteuning aan leerlingen die samenwerkingsverbanden reeds ontvangen én bovenop de 29 miljoen euro aan lumpsum van de samenwerkingsverbanden in het kader van passend onderwijs.

In 2013 al besloot de toenmalige Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Jet Bussemaker, x euro te verstrekken door middel van de prestatieboxen ten behoeve van talentontwikkeling door uitdagend onderwijs en een brede aanpak voor duurzame onderwijsverbetering. De bijzondere bekostiging via de prestatiebox wordt verstrekt van 2015 – 2020. Het huidige Regeerakkoord is het eerste waar (hoog)begaafde leerlingen letterlijk benoemd worden.

 

auteur: Priscilla Keeman
« Terug naar het nieuwsoverzicht

Reageer