Hoe knap is fantaseren? Kan fantasie ook echt zijn? Mag kinderkunst in het museum? Het zijn zomaar een paar vragen die opkomen tijdens een les van filosofiejuf Fabien van Ham.
Fabien_news_detail

Ze leert de plusklas op zoek te gaan naar vragen in plaats van antwoorden. ‘Lekker hersens kraken’.

Een schilderij met een heleboel ongelijke kruisjes in een witgekleurde ovaal. Wat moet je daarmee op de basisschool? Filosofiejuf Fabien deelt er kopietjes van uit in de plusklas van deTiggeldobbe in het Groningse Winsum. Ze vraagt de kinderen om zes verschillende kunstwerken steeds opnieuw in te delen op de eigenschappen ‘echt-lijkend’, ‘fantasierijk’ en ‘knap’. Het is een opstapje naar de filosofische vraag van vandaag: wat is kunst?

In groepjes van drie zijn de kinderen druk aan het overleggen. Op de schaal van echt naar minder ech- lijkend eindigt een kinderlijke tekening van een man met kruiwagen onderaan, naast een paar abstracte gezichten. Bovenaan komt een portret van een man en een stilleven van een schaal tomaten. Het kruisjesschilderij blijkt een lastige.  Het groepje van Mart bedacht hier zelfs een derde categorie voor: “wij hebben, ‘echt’, ‘nep’en ‘stelt niks voor’”, licht hij toe.

Goed punt, vindt juf Fabien. Klasgenootje Simon knikt ook: “Hoe echt een schilderij lijkt, hangt af van wat het uitbeeldt”, vult hij aan. De zevende en achtste groepers van verschillende basisscholen uit de buurt zijn gewend filosofisch met elkaar mee te denken. Elke woensdag komen ze bij elkaar in de plusklas, waar ze al vijf keer filosofieles kregen van gastjuf Fabien.

Van antwoorden naar vragen
Vaste plusjuf Jacqueline vond de lessen zo’n succes dat ze zelf ook met filosofielessen is begonnen. “De kinderen vinden het heerlijk om hardop na te denken en met elkaar in discussie te gaan”, vertelt ze.  Laatst praatte ze met de klas over wat ‘nadenken’ precies is.  Denkt een boom? En een rekenmachine? Of een vogel? In een andere les vroeg ze wanneer de kinderen blij waren en wanneer gelukkig.  Ze bespraken de verschillen daartussen en Jacqueline vertelde over Aristoteles en zijn zoektocht naar het juiste midden.

In de kunstles worden de schilderijen inmiddels op fantasierijkheid ingedeeld. De tomaten verhuizen meteen naar onderen en de kleurige gezichten naar boven. “Betekent dat dat fantasie tegenovergesteld is aan echt?”, vraagt Fabien. “Niet helemaal”, zegt Dries bedenkelijk. “Je kunt ook iets heel echt fantaseren.” “Ja, een uitvinding”, reageert Ewout.  “Een auto was eerst fantasie, maar werd toen heel echt.”

Dat de kinderen zo op elkaar reageren gebeurt niet meteen, weet Fabien. Bij de eerste filosofieles praten kinderen vooral tegen de juf en zitten ze aan het eind van de les te wachten op de juiste antwoorden. “Het is heel leuk om te zien hoe zich dat ontwikkelt. Ze stappen langzaam uit het antwoordgerichte onderwijs en komen in een gezamenlijk denkproces. Dan vragen ze vanzelf aan elkaar ‘wat bedoel je?’.

Rembrandt en Mondriaan
De derde opdracht leidt tot discussie. Welk schilderij is nou het knapst en welke het minst knap? Het kinderlijke poppetje met kruiwagen wordt door alle groepjes resoluut naar onder verbannen. “Het heeft ook met prijs te maken”, merkt Ewout op. “Hier betaal ik nog geen vijf euro voor, maar voor het portret hebben kunstliefhebbers misschien wel duizend euro over.” En dan het kruisjesschilderij: “Je moet hier wel eerst over hebben nagedacht”, vindt de één. “Dit teken ik als ik me in de les verveel. En dan denk ik juist niet na”, zegt de ander.

Is namaken nou knapper dan fantasie, vraagt Fabien. Ook daarover verschillen de meningen. Ewout vertelt dat Picasso niet zulke ‘echte’ dingen maakte, maar dat zijn schilderijen wel veel waard werden. Max plaatst een kanttekening: “Fantaseren is ook weer makkelijk, want dat mislukt nooit. Je kunt altijd zeggen: ‘dit had ik in mijn hoofd’.” Dat is het leuke van de filosofieles, vindt Fabien. De kinderen komen zelf met nieuwe inzichten. Beroemde filosofen als Descartes en Plato haalt ze er alleen bij omdat de kinderen ook behoefte hebben aan nieuwe kennis.

In deze les leren de kinderen naast filosofie over verschillende schilders. Dat het portret van Rembrandt van Rijn is en de abstracte gezichten van Picasso, hadden de meesten al geraden. Maar tot ontsteltenis van sommigen blijkt ook het kinderachtig getekende poppetje met kruiwagen veel waard. “Dit is Cobra”, vertelt Fabien. “De schilder tekende het expres zo simpel, omdat hij vond dat er veel te ingewikkeld werd gedaan over kunst.” “Wel knap dat je dat durft”, merkt een meisje op.  Zo ontstaan er weer nieuwe vragen. Hoort ‘durven’ bij kunst? En mag kinderkunst ook in het museum?

Het schilderij met de kruisjes blijkt van Mondriaan te zijn en heet ‘Pier en Oceaan’. Fabien wijst naar de sterren bovenaan, de golven eronder en in het midden iets dat op een pier lijkt. “Ooowkeej”, zegt Maren vertwijfeld. Fabien vraagt de klas of ze de schilderijen nu mooier vinden. Maren steekt haar vinger op. “Eigenlijk wel. Nu zie ik een ondergaande zon-concept”.  Ook in Max’ hoofd begint zich een plaatje te vormen. “Er moet achter kunst dus misschien ook een idee zitten”, concludeert Fabien.

Filosofie voor de tv
Dan bekijkt de klas een filmpje van iemand die zichzelf bij wijze van kunst aan een draaiende molenwiek heeft gebonden. “Hij geeft zich over aan de krachten van de natuur en zegt dat hij zo een andere kijk op de wereld krijgt”, legt Fabien uit. “Ja, een misselijke kijk”, grapt Ewout. Niemand van de kinderen vindt dit kunst. Maar wat is kunst dan wel? Samen sommen ze de eigenschappen op: Kunst is 18+, bijzonder, orgineel, gemaakt en slaat soms nergens op , besluit de plusklas.

Bij hoogbegaafde kindereren slaat filosofie goed aan, merkt Fabien. “Zij lopen vaak al met veel vragen rond. Door te filosoferen doen kinderen hier iets mee en blijven de vragen niet onbevredigd in hun hoofd rondhangen.” Maar ook de typische ‘wandelende encyclopedieën’ hebben veel aan filosofie. “Zij merken in de les bijvoorbeeld dat kennis niet vaststaat en leren flexibeler denken.”

Voor Maren uit de plusklas in Winsum was dat niet nodig. Zij wil altijd al filosofoof worden. “Omdat je anders nadenkt dan je normaal zou doen. Alsof je op een splitsing staat en heel goed gaat afwegen welke richting het handigst zou zijn.” Ook andere kinderen vertellen dat ze het lekker vinden om in de filosofieles hun hersens te kraken en over vragen eens verder door te denken dan alleen maar ‘ja’ of ‘nee’.

“Discussieren en definities maken is ook leuk”, roept Max. Het enige moeilijke aan de filosofielessen vindt hij het stilzitten. Thuis filosofeert hij soms wel eens verder. “s’ Avonds voor de tv denk ik dan lekker door over de les. Dan ben ik zo een half uur weg en word ik door elkaar geschud omdat ik naar bed moet.”

Kader 1: Pompoenles en straf
Fabien zet in de eerste filosofieles vaak een pompoen in het midden van de kring en vraagt de kinderen of ze met hem willen praten.  Dat kan bijvoorbeeld door vragen te stellen waar toch geen antwoord op bestaat, zoals ‘Waarom ben jij een pompoen?’  Eerst vinden de kinderen dat raar, maar achteraf noemen ze de pompoenles juist de leukste oefening. Ze leren er dat het niet om de antwoorden gaat, maar juist om de vragen.

Voor een andere les verzamelt Fabien krantenartikelen over rechtzaken. Ze bespreekt met de kinderen wat voor misdaden er zijn gepleegd en wat voor straf de daders kregen. Dan mogen de kinderen de artikelen in volgorde leggen. Wat is erger dan iets anders? En zijn de straffen terecht? Vervolgens vertelt ze over Socrates. Hij stond bekend om de kunst van het vragen stellen en kreeg uiteindelijk de doodstraf.

Kader 2: Praatprikkels
Drie jaar geleden merkte Fabien van der Ham (43) op dat haar eigen hoogbegaafde kinderen aan tafel rustig werden als ze filosofische vragen stelde.  Binnen de kortste keren zaten ze dan niet meer te klieren, maar deden echt mee in het gesprek. Fabien stelde ‘waarom-vragen’ over iets uit de krant of de klassieker: ‘als er in het bos een boom omvalt en er is niemand die het hoort, maakt hij dan geluid?’.

Fabien zocht tevergeefs naar hulpmiddelen voor dit soort gesprekken en besloot toen maar zelf maar ‘praatprikkels’ te maken. Op de kaartjes staan 50 verschillende filosofische vragen waarmee je je kind aan het filosoferen krijgt. “Zo ontdek je niet alleen wát een kind denkt, maar ook waaróm en hóe. Die reis erheen is vaak veel interessanter dan de eindconclusie.”

De praatprikkels kun je bestellen op: www.filosofiejuf.nl/praatprikkels/

auteur: Katja Keuchenius
« Terug naar het nieuwsoverzicht